← Terug naar het overzicht
Home · Artikelen

Verdient een thuisbatterij zich terug? Je nachtverbruik bepaalt het antwoord

30 augustus 2026 · leestijd ± 4 minuten

Op 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling. Niet afgebouwd, maar in een keer: vanaf die datum kun je teruggeleverde stroom niet meer wegstrepen tegen je verbruik. De thuisbatterij wordt daarmee door verkopers gepresenteerd als het antwoord. Twee onafhankelijke onderzoeken zeggen iets genuanceerders — en ze zijn het op een punt opvallend eens: voor de meeste huishoudens is een grote batterij een slechte investering.

Het onderzoek dat de rekensom omdraait

Jeroen Bakker analyseerde ruim 1.300 stroomprofielen van Nederlandse huishoudens: kwartierdata uit P1-meters en omvormers, gecombineerd met een vol jaar aan historische dynamische kwartierprijzen. Zijn conclusie, gepubliceerd op 11 juni 2026: een thuisbatterij verdient zich vanaf 2027 alleen in selecte gevallen terug.

De kern is een grens die de meeste verkoopgesprekken niet noemen. Je nachtverbruik is het plafond van je besparing. Een batterij verdient alleen aan stroom die je 's avonds en 's nachts daadwerkelijk gebruikt. Gebruik je 's nachts gemiddeld 3 kWh en koop je een batterij van 10 kWh, dan staat er elke nacht 7 kWh ongebruikt te wachten. Die capaciteit heb je betaald, maar hij levert niets op.

De maximale jaarbesparing is daarmee simpel te begrenzen: nachtverbruik maal 365 dagen maal het prijsverschil per kWh. Bakker rekent met 75 procent rendement heen en weer — een kwart van de opgeslagen stroom gaat verloren — en hanteert 3 procent opportunitykosten als ondergrens: verdient de batterij minder dan wat je geld elders opbrengt, dan verdient hij zich nooit terug.

Wanneer het wel uitkomt

Bakker vindt een configuratie die op het randje rendabel is: een huishouden met zonnepanelen (minstens 4.000 kWh opwek per jaar), een nachtverbruik van ongeveer 3 kWh, en een kleine stekkerbatterij van circa 5 kWh voor rond de 1.100 euro. Terugverdientijd indicatief zes tot zeven jaar.

Alles daarboven wordt lastig. Wie 750 euro of meer aan installatiekosten betaalt voor een vaste opstelling, ziet de terugverdientijd snel oplopen. Wie geen zonnepanelen heeft, noemt Bakker ronduit kansloos: zonder eigen opwek is er geen goedkope stroom om op te slaan. En batterijen groter dan vijf tot zeven kWh lonen alleen als er echt avond- of nachtverbruik tegenover staat — een elektrische auto of een warmtepomp.

Zijn eigen samenvatting is opvallend eerlijk voor iemand die een rekentool bouwde: een thuisbatterij is verdedigbaar voor noodstroom, medische apparatuur of technisch plezier. Als financiele investering meestal niet.

Het tweede onderzoek komt op vergelijkbare uitkomsten

CE Delft onderzocht in opdracht van Vereniging Eigen Huis dertien huishoudens gedurende twaalf maanden — een praktijktest, geen simulatie. Gepubliceerd in februari 2026. Wat een batterij aantoonbaar wel doet: het aandeel eigen verbruikte zonnestroom stijgt gemiddeld met zo'n 30 procentpunt. In een casus (12 panelen, 5 kWh batterij) van 33 naar 68 procent; in een andere (36 panelen, 10 kWh) van 6 naar 35 procent. De besparing na het einde van de saldering komt uit op gemiddeld 350 euro per jaar.

Maar de terugverdientijd die daaruit volgt is fors: 10 tot 22 jaar voor gemiddelde verbruikers, 6,5 tot 14 jaar voor grootverbruikers — bij een verwachte levensduur van 10 tot 15 jaar. Voor een deel van de huishoudens is de batterij dus op voor hij is terugverdiend. CE Delft concludeert nuchter dat een thuisbatterij het wegvallen van de saldering niet volledig compenseert. Milieu Centraal komt onafhankelijk tot hetzelfde oordeel en raadt de thuisbatterij op dit moment af.

Wat de cijfers niet zeggen

Eerlijk over de open vragen: Bakker publiceert niet welk percentage van zijn 1.300 huishoudens een positieve businesscase had, en ook geen volledige tabel van batterijgrootte tegen terugverdientijd. In de weergave van het CE Delft-onderzoek circuleren twee getallenreeksen — 6,5 tot 22 jaar in samenvattingen, tegenover de opsplitsing 10-22 en 6,5-14 in het persbericht van Vereniging Eigen Huis; wij houden die opsplitsing aan.

En de belangrijkste onbekende: wat leveranciers vanaf 2027 daadwerkelijk gaan betalen voor teruggeleverde stroom. De wet schrijft minimaal 50 procent van het kale leveringstarief voor, tot 2030, met de ACM als toezichthouder. Wat dat in de praktijk per leverancier wordt, is nog niet gepubliceerd — en juist dat verschil is de motor onder elke terugverdienberekening.

Wat betekent dit voor jou?

Begin niet bij de batterij, maar bij je meterkast. Kijk in je P1-data of energie-app wat je tussen zonsondergang en zonsopkomst werkelijk verbruikt. Is dat rond de 3 kWh, dan is een batterij groter dan ongeveer 4 kWh voor jou weggegooid geld — hoe aantrekkelijk de prijs per kWh ook oogt bij een groter model.

Heb je geen zonnepanelen, dan valt de businesscase weg voordat hij begint. Heb je wel een elektrische auto of warmtepomp, dan verschuift het beeld gunstig: dan is er 's avonds en 's nachts echt verbruik om de batterij aan te laten werken.

En let op wat er niet in de offerte staat: installatiekosten, het rendementsverlies van ongeveer een kwart, en de vraag of je verzekeraar de batterij dekt. Dat laatste is geen detail — er bestaat geen landelijke subsidie die dat compenseert. De eerlijkste vuistregel die uit beide onderzoeken volgt: een thuisbatterij koop je voor onafhankelijkheid, comfort of noodstroom. Wie hem koopt om geld te verdienen, moet eerst zijn eigen nachtverbruik kennen.

Verder op deze siteOp de hoofdpagina staat de rekensom met eigen aannames uitgewerkt, plus hoe je de juiste capaciteit bepaalt aan de hand van je nachtverbruik.