Thuisbatterij gekocht? Grote kans dat je verzekeraar er nog niets van weet
Nederland hangt zijn huizen in hoog tempo vol thuisbatterijen. In juli 2026 stonden er 63.944 geregistreerd — een jaar eerder, in augustus 2025, waren dat er nog 16.433. Bijna een verviervoudiging in twaalf maanden. Het Verbond van Verzekeraars keek naar die curve en trok op 20 augustus aan de bel: een thuisbatterij is niet zomaar verzekerd, en wie dat pas na een brand ontdekt, heeft een probleem.
Wat het Verbond precies zegt
De waarschuwing is opvallend concreet. Er bestaat geen standaardregeling voor thuisbatterijen: elke verzekeraar mag eigen eisen stellen aan plaatsing, melding, onderhoud en documentatie — en dat doen ze ook. De meeste verzekeraars willen dat je de plaatsing van een thuisbatterij vooraf meldt. Installatie door een erkende installateur weegt zwaar, en zelfs de plek in huis — garage, schuur of berging — kan uitmaken voor de dekking.
Ook de vraag wélke polis dekt, hangt af van de situatie: een batterij die vast aan de woning zit, valt doorgaans onder de opstalverzekering, een losse of verplaatsbare batterij eerder onder de inboedelverzekering. Verbond-directeur Richard Weurding vat het nuchter samen: je moet niet pas na schade ontdekken hoe de verzekering in elkaar zit — want als het misgaat, zijn de gevolgen bij een brand enorm.
Waarom er geen vangnet van regels is
Wie denkt dat de overheid dit wel dichtgeregeld heeft, komt bedrogen uit. De veiligheidsrichtlijn die er is — PGS 37-1, over het veilig ontwerpen en plaatsen van energieopslagsystemen — geldt pas voor systemen boven de 20 kWh. Vrijwel elke thuisbatterij voor consumenten zit daaronder. Er bestaat dus geen bindende plaatsingsnorm voor de batterij in jouw meterkast of berging.
Dat vacuüm vullen verzekeraars nu zelf in, met polisvoorwaarden als feitelijke veiligheidsnorm. Dat verklaart ook waarom de eisen per maatschappij verschillen: de één vraagt alleen een melding, de ander stelt eisen aan de ruimte, de afstand tot brandbare materialen of het installatiebewijs. Het gesprek met je verzekeraar is daarmee — of je het wilt of niet — onderdeel van de aanschaf geworden.
Feiten en open vragen
Wat vaststaat: de aantallen groeien hard, verzekeraars stellen uiteenlopende voorwaarden, en melden vóór installatie is bij de meeste maatschappijen de veilige route. Wat nog open ligt: hoe verzekeraars bestaande, nooit gemelde batterijen gaan behandelen bij schade, en of er een gezamenlijke norm of erkenningsregeling komt zoals die er voor zonnepanelen en laadpalen wel steeds meer is. Daar zegt de waarschuwing van het Verbond niets over — het initiatief ligt voorlopig bij de huiseigenaar.
Wat betekent dit voor jou?
Sta je op het punt een thuisbatterij te kopen, doe dan drie dingen vóór de installatie. Bel of mail je verzekeraar en vraag expliciet of de batterij is meeverzekerd, onder welke polis, en welke voorwaarden gelden. Laat de installatie aantoonbaar door een erkende installateur doen en bewaar de papieren — bij schade is dat je bewijs. En denk na over de plek: een batterij hoort niet in een vluchtroute, wel bij voorkeur in een ruimte waar een beginnende brand niet meteen de rest van het huis meeneemt, met een gekoppelde rook- of hittemelder erboven.
Heb je al een thuisbatterij hangen en nooit iets gemeld? Herstel dat deze week. Een telefoontje is gratis; erachter komen dat je niet gedekt was, is dat niet.
De thuisbatterij is volwassen aan het worden als product. De spelregels eromheen nog niet — en zolang dat zo is, is je polis de belangrijkste veiligheidsnorm die je hebt.